Over een warm theater en koude rillingen  

 
“Probeer om te draaien,” schalde de blikken stem van de TomTom toen wij het parkeerterrein van Frans op den Bult opreden, “draai nu om”. Had TomTom een visioen van een ramp van apocalyptische omvang gehad? Was dit zijn manier om ons voor naderend onheil te beschermen? Of is genoemde TomTom gewoon anti-opera? Wij besloten dapper te lachen in het gezicht van het gevaar, stapten de auto uit en richtten onze schreden naar de rest van het gezelschap vol oude en een paar nieuwe bekenden. Over de heenreis kan ik kort zijn: de bus reed. Het meest spannende gebeurde bij Hamburg toen er enige file was ontstaan omdat een personenauto zich om een vrachtwagen had gevouwen. Mooi op tijd bereikten wij ons einddoel: een hotel (architectonisch perfect in de omgeving passend) in Schwerin. Eerst een hapje eten (eenvoudig, maar goed), opfrissen en vervolgens richting opera.

Het theater uit 1886 staat er nog steeds, al is het van binnen wel gerenoveerd en gemoderniseerd. Gebleven zijn de overdadige krullen en tierlantijnen, de semi-Griekse torso’s die de balkons torsen en Apollo luierend boven de toneelopening. De lichten gaan uit, het doek gaat op en dirigent Paolo Brassan zet de ouverture van Martha van Friedrich von Flotow in. Regisseur Robert Lehmeier heeft de handeling verplaatst naar het heden en wat voor heden: Lady Harriet zit zich niet dood te vervelen in haar boudoir, maar in een beautyfarm. O ja, voor hen die het verhaal niet kennen: twee verveelde dames uit de hofhouding van koningin Anne (regeerperiode 1702-1714) verkleden zich als boerenmeiden (puur om de verveling te verdrijven) en worden op de markt in Richmond ingehuurd door Plumkett. Bestrooi het verhaal vervolgens rijkelijk met diverse romances en onbeantwoorde liefdesuitingen om uiteindelijk bij eind goed al goed aan te komen. Een beautyfarm dus, een vreselijk kneuterige beautyfarm met bloemetjesbehang en bloemetjesstoelen in weeïge pasteltinten van zachtrood en roze. De markt waar Harriet en haar gezelschapsdame Nancy zich verhuren als hulp-op-de-boerderij is nu een TV-studio. Reality-TV om precies te zijn. Het “publiek” vermaakt zich en drijft de floormanager tot wanhoop, een koor van schoonmaaksters, compleet met hoofddoek en rubberlaarzen, doen verwoede pogingen enigszins elegant de trap af te lopen en ook nog de armgebaartjes te maken en dit alles onder het keurend oog van de agrariërs (uitgezakt corduroy, bretels en rubberlaarzen) die op zoek zijn naar nieuwe hulp. De presentator die, met laptop en Engelse pruik, de contracten opstelt terwijl een cameraman alles en iedereen volgt. Nu kan ik alleen maar hopen dat mensen als John de Mol deze opera niet hebben gezien, voor je het weet worden wij “verblijd” met alweer een zinloze en nutteloze realityshow… Wacht eens even, volgens mij is er al een Boer zoekt Vrouw… Het is kolder, pure vermakelijke kolder , maar waar dit soort actualiseringen veelal volkomen de mist ingaan omdat het beeld totaal niet meer klopt met de tekst en waar de regisseur meer bezig is met zichzelf dan met de opera, is het Robert Lehmeier gelukt het geheel wel te laten kloppen. Een prestatie op zich.

Zaterdagmorgen en het is hoog tijd voor nog meer cultuur, de (korte) reis gaat naar het nabijgelegen slot Ludwigslust. Het kasteel met de 99 kamers. Een klein deel was voor het publiek geopend, het hele kasteel wordt grondig gerestaureerd. Op sommige deurposten was de verf laag voor laag zichtbaar gemaakt en voorzien van nauwkeurige beschrijvingen, overal briefjes aan de muren met ongetwijfeld zeer waardevolle informatie en onder vrijwel elk raam lag een dweil om binnenkomend regenwater op te vangen. Plafonds werden gestut met zware stalen stutten, trappen waren kaalgeschuurd en de deuren hadden provisorische krukken. Het kasteel ook waar veel beelden en versieringen van papier-marché gemaakt waren, maar bedrieglijk op echt marmer leken. Het kasteel ook met een enorme tuin waarin onder meer een mausoleum. Curieus gebouw: barokke leeuwen flankeerden de deur, daarboven Egyptische reliëfs, daarboven een Grieks timpaan en daar weer bovenop een christelijk kruis. Verder heerlijk door het park geslenterd met niets dan vogelgekwetter en een zwoele lentebries terwijl de temperatuur langzaam naar de 20 graden steeg. Natuurlijk ook Schwerin zelf bezocht, een stad met vele prachtige gevels die helaas voor een groot deel zeer vervallen en ruineus zijn. Een makelaar met fantasie zou het dapper “een opknapper” noemen of “met behoud van oorspronkelijke elementen”. Een enkele gevel is gelukkig wel gerestaureerd en dan komt de rijkdom pas goed naar voren. Als je naar een opera van Von Flotow gaat (Martha dus), en je weet dat Von Flotow jarenlang intendant van de opera is geweest, kun je niet anders dan zijn woonhuis opzoeken, iets wat we dan ook gedaan hebben. Een alleraardigst witgeschilderd hoekpand met erker. Later in de middag was er nog wat tijd om langs het kasteel, dat vlak naast het theater ligt, te lopen. Let wel: er langs lopen, bezichtigen kon helaas niet meer. Geen tijd. Een waanzinnig kitscherig kasteel dat zo uit Disneyland kon zijn weggelopen. Veel torens en een koepel van goud (althans, dat denk ik, het kan ook goudkleurig geweest zijn. Het schitterde wel in de zon).

Die avond Madama Butterfly. Eigenlijk hoef ik hier niet veel tijd aan te besteden. Het was een geweldige voorstelling. Dramatisch en aangrijpend. Heel eenvoudig decor: een paar grijze wanden, een laag tafeltje en twee kussens en meer was ook niet nodig. Hyuana Ko stal de show als Butterfly. Goed gezongen en goed gespeeld. Ook de rest van de cast was over het algemeen goed, evenals het orkest. Nee, de enige wanklank die ik kon ontdekken was mijn zitplaats. Tweede balkon en geen lift te bekennen. In de foyer liepen wij eerst een stukje met een rode loper beklede trap op, vervolgens naar rechts en de trap veranderde direct in kale stenen treden en kale witgekalkte muren. Het gepeupel van de lagere rangen werd weer fijntjes met de neus op de feiten gedrukt. Hol klonken de voetstappen en raspend kwam de adem om uiteindelijk te eindigen in een mini-foyertje. En het was warm, daar op dat balkon, alle goden, wat was het warm. Kan ook komen omdat wij onder een batterij spots zaten, maar de opera (waar sommigen koude rillingen van hadden gekregen) vergoedde veel en ach, een koel glas bier naderhand smaakte na dat tropische avontuur des te beter.

De terugreis zondag was een kopie van de heenreis, maar nu zonder file. Wij kunnen weer terugkijken op een zeer geslaagde operareis, waarvoor mijn dank aan Nel, Jan en Herman. Tot volgend jaar!

Tony de Haan

Verslag Wim Stam