Götterdämmerung

 
Richard Wagner (1813-1883)
Dritter Tag des Bühnenfestspiels Der Ring des Nibelungen (1874)
op tekst van de componist

In het laatste, vier en een half uur durende deel van Wagners immense tetralogie Der Ring des Nibelungen, beweegt het drama zich langzaam maar zeker naar het onafwendbare einde. Het hele werk ademt de sfeer van dreiging en duisternis.



Korte inhoud
In het voorspel zien we hoe de drie schikgodinnen, de Nornen, de draad van de geschiedenis van de wereld spinnen. Zij vertellen dat Wotan de es, waaruit zijn speer gesneden werd, heeft omgehakt en er een brandstapel voor Walhalla van heeft gemaakt. Hij wacht nu op het einde. Als hun draad plotseling breekt, keren de Nornen haastig terug naar moeder Erda. Aan het begin van het eerste bedrijf ontwaken Siegfried en Brünnhilde op de Walkürenrots. Zij maant de held om de wereld te gaan verkennen en schenkt hem haar paard Grane. Nadat Siegfried Brünnhilde de Ring heeft gegeven als teken van zijn liefde, gaat hij op weg. Hij komt aan bij de burcht van de Gibichungen waar Gunther en zijn zuster Gutrune wonen. Hun halfbroer Hagen, de zoon van Alberich, beraamt een sluw plan om de Ring terug te winnen voor de Nibelungen. Hij adviseert Gunther om Brünnhilde tot vrouw te nemen. Siegfried, die met behulp van een magisch brouwsel Brünnhilde en zijn liefde voor haar vergeet, wordt terstond verliefd op Gutrune en biedt aan het plan van Hagen uit te voeren. Intussen komt de Walküre Waltraute haar zuster Brünnhilde waarschuwen dat de ondergang van de goden nabij is. Zij smeekt Brünnhilde de Ring vrijwillig aan de Rijndochters te geven, maar deze weigert haar liefdespand af te staan. Met behulp van de Tarnhelm neemt Siegfried de gedaante van Gunther aan en keert terug naar de Walkürenrots. Daar ontvoert hij met geweld de verbaasde en totaal ontredderde Brünnhilde en neemt haar de Ring af.

In het voorspel tot het tweede bedrijf vraagt de Nibelung Alberich zijn zoon Hagen om voor hem de Ring te heroveren, maar Hagen geeft aan dat hij het kleinood zelf wil houden. Na haar gedwongen huwelijk met Gunther ziet Brünnhilde de Ring aan Siegfrieds vinger en weet zij dat zij bedrogen is. Onwetend dat ook Siegfried, die met Gutrune is getrouwd, het slachtoffer van bedrog is, beraamt zij met hulp van Hagen diens dood. Zij vertelt de Nibelungenzoon dat Siegfried alleen getroffen kan worden in zijn rug. De moedige held zal in een gevecht immers nooit iemand zijn rug toekeren.

Tijdens de jacht waarmee het derde bedrijf begint, is Siegfried het gezelschap kwijtgeraakt. Aan de oever van de Rijn ontmoet hij de Rijndochters, die hem smeken de Ring aan hen terug te geven omdat hij onheil brengt. Siegfried hecht geen geloof aan de woorden van de meisjes en zoekt het gezelschap van de Gibichungen weer op. Geholpen door een drank die Hagen hem aanbiedt, vertelt Siegfried zijn levensverhaal aan de jagers. Op het moment dat hij zich weer herinnert hoe hij Brünnhilde aantrof en haar wakker kuste, wordt hij door Hagen gedood. Zijn lichaam wordt teruggebracht naar de burcht. Brünnhilde, die inmiddels de ware toedracht heeft begrepen, heeft nog maar één wens: het einde. Zij neemt Siegfrieds Ring en laat aan de oever van de Rijn een brandstapel bouwen. Op het moment dat Siegfrieds lichaam in de vlammenzee verdwijnt, bestijgt zij haar paard Grane en springt in het vuur. Hagen tracht de Ring uit het water van de rivier te halen, maar wordt door de Rijndochters naar de diepte gesleurd. In de verte is de gloed te zien van het brandende Walhalla. Het verhaal van Siegfrieds dood vormde in 1848 het uitgangspunt voor Wagners Nibelungen-epos. Toen het complete verhaal in 1852 op papier stond begon de componist met de compositie van het enorme werk. Nadat hij Das Rheingold en Die Walküre relatief snel op papier had weten te krijgen, staakte Wagner na de schets voor het tweede bedrijf van Siegfried in de zomer van 1857 zijn werk aan de tetralogie. Pas 12 jaar later nam hij het werk weer op. Götterdämmerung (zoals Siegfrieds Tod inmiddels heette) ontstond tussen 1871 en 1874. Na meer dan 25 jaar was de grootste operacyclus uit de muziekgeschiedenis een feit. De onderbreking van 12 jaar heeft een sterke weerslag gehad op de muziek van het derde bedrijf van Siegfried en de gehele Götterdämmerung. De motieven die de muzikale lijn voortstuwen, zijn in de eerste delen van de tetralogie over het algemeen kort en bondig. In Götterdämmerung zijn ze het uitgangspunt voor omvangrijke en meer individuele melodische ideeën geworden en hebben ze niet langer een uitgesproken verwijzende functie. Daarnaast is het opvallend dat Wagner in Götterdämmerung niet alleen maar naar vernieuwing zoekt. In bepaalde scènes, bijvoorbeeld in het tweede bedrijf, grijpt hij terug op formules uit de Grand Opéra die hij sinds 1848 niet meer had gebezigd. Ondanks deze mix van vernieuwende en opvallend ouderwetse elementen is Götterdämmerung stilistisch toch één geheel geworden. Daarin schuilt het genie van Wagner. Götterdämmerung is een opwindend, maar inktzwart drama waarin veel liefhebbers en kenners de invloed van pessimistische denkers als Schopenhauer herkennen. Toch zag Wagner zelf, zeker toen hij het werk rond 1848 concipieerde, nog een sprankje hoop. Immers, niet de hebzucht van Wotan, Hagen of Alberich overwint in dit epos, maar de liefde. Aan het eind van Götterdämmerung maakt Brünnhilde zich los van alle banden die haar aan het aardse bestaan binden en wordt zij verlost door de allesomvattende liefde. De laatste muziek die klinkt in dit veertien uur durende muzikale epos is het ‘verlossingsmotief’, dat zijn oorsprong heeft in de liefde van Siegmund en Sieglinde en die van Brünnhilde en Siegfried.